Menubalk
 

update: 21-11-2011

 

 

 

 

 

 

Nun klingen sie Wieder 2

 

Titel Nun Klingen sie Wieder 2 disc
Nr. Camerata CM-25030
Artiest

Joris Verdin (harmonium-vleugel)
Erich Höbarth (viool)

Jaar 2004
Uitgever Camerata (Japan)

 

Coverafbeelding:

 

                            Liszt

 

Artiest

Joris Verdin ( nadere informatie volgt)

Het instrument

Het bespeelde instrument is een zeer bijzonder instrument. In opdracht van de componist Franz Liszt werd in Parijs door de harmoniumbouwer Alexandre een tweeklaviers drukwindharmonium samengevoegd met een vleugel van de Parijse bouwer Erard. Over dit "monsterinstrument" zijn in de loop der jaren de nodige artikelen verschenen. Het instrument is begin van deze eeuw volledig gerestaureerd en staat in Wenen in de "Historische Sammlungen der Gesellschaft der Musikfreunde in Wien".

 

Tracklist

 

nr Titel   Componist duur: Clip
1

Introduction and Fugue, from Cantata "Ich hatte viel bekümmernis" BWV 21, gearrangeerd op basis van het orgel-arrangement van Franz Liszt

  Johann Sebastian Bach (1685-1750)
4:32
 
2 Ave Maria, gearrangeerd op basis van het orgel-arrangement van Franz Liszt   Jacob Arcadelt
(? vóór 1572)
4:14
 
3 Orpheus, symphonische Dichtung   Franz Liszt
(1811-1886)
10:24)
 
4 Consolation nr. 4 Des Dur, Quasi Adagio   Franz Liszt
2:27
 
5 Resignazione   Franz Liszt
1:22
 
6 Angelus! Prière aux anges gardiens, from: Années de Pélerinage, 3me année   Franz Liszt
5:45
 
7 Prière   Franz Liszt
2:12
 
8 O sacrum convivium   Franz Liszt
5:27
 
9 Offertorium,
from "Ungarische Krönungsmesse"
  Franz Liszt
3:35
 
10 Benedictus,
from "Ungarische Krönungsmesse
  Franz Liszt
4:43
 
11 Sylphentanz,
from "La damnation de Faust"
  Hector Berlioz
(1803-1869)
2:17
 
12 Sérénade,
from "3 Esquisses musicales"
  George Bizet
(1838-1875)
3:41
 
13 Barcarolle
from: "3 Pièces pour harmonium opus 1)
  Camille Saint-Saëns
(1835-1921)
3:36
 
14 Lohengrin
arranged by A. Wilhelmi
  Richard Wagner
(1813-1883)
5:23
 
15 Am Grabe Richards Wagners   Franz Liszt
3:06
 

 

Toelichting bij de gespeelde werken

(tekst volgt nog)

 

Literatuur over dit instrument

Joris Verdin, de bespeler van dit instrument op deze opname, schreef een doorwrocht artikel over "het monsterinstrument" van Liszt. Dit artikel is een afgerond geheel, in tegenstelling tot een Amerikaans artikel in afleveringen, dat vervolgens nooit afgemaakt werd.

In het blad "het Orgel", een uitgave van de KNOV, verscheen het artikel in 2002 nr. 2. Een engelstalige samenvatting is te vinden op de website van het blad. Link

De vertaling van de samenvatting:

De harmonium-piano van Franz Liszt is in 1994 naar de werkplaats van Patrick Collon in Brussel om daar gerestaureerd te worden. Dit instrument combineert een vleugel gebouwd door de Parijse bouwer Erard, met een harmonium. De piano is duidelijk niet specifiek gebouwd voor dit project, het instrument is aangepast om de doelsteling van samenvoegen te bereiken.

Tegelijk blijkt dat het harmonium aanzienlijk afwijkt van het normale harmonium. De kas van het harmonium is aangepast aan de vorm van de vleugel. Om die reden zijn de windladen verticaal geplaatst. Ook de dispositie is een afwijkend ontwerp.

Het (twee-klaviers) harmonium heeft geen koppels en was bovendien uitgerust met een pedaal divisie, waarvan de mechaniek en tongen onder in de orgelbank verwerkt zijn. De orgelbank is helaas verloren gegaan. (Er bestaan nog wel afbeeldingen van.)

Het instrument beschikt ook over een aparte tongenrij die door middel van de pianotoetsen bespeelbaar zijn. Een zeer bijzonder register is het "Prolongement lointain", een bescheiden klinkend register dat vanzelfsprekend blijft klinken zolang de toesten ingedrukt blijven, maar waar de klank van de piano weg ebt.

Het concept is waarschijnlijk gebaseerd op een idee van Liszt, en is via Berlioz bij Alexandre terecht gekomen. Het geheel is gebouwd door Alexandre en werd in 1854 in Weimar afgeleverd. Na de dood van Liszt werd het instrument onderdeel van de collectie van Gesellschaft der Musikfreunde in Wenen, waar het geregistreerd staat onder catalogusnummer 18.

Experimenten met toepasselijke muziek van Berlioz en Moonen, heeft vragen opgewekt. Waarom is het prolongement niet op het tweede (harmonium) manuaal geplaatst? Was de klank van de piano in Liszt's tijd evenzo veel zachter dan het harmonium zo als die nu is?

Liszt heeft waarschijnlijk alleen composities van gematigde omvang op dit instrument uitgevoerd, zoals ook tijdgenoten van Liszt deden in Parijs op een gelijksoortig instrument in 1850.

Dientengevolge dient het belang van dit instrument op een andere wijze. Liszt ontwikkelde het idee dat niet alleen dynamiek, maar ook toonkleuring flexibel zouden moeten zijn. In die jaren werden instrumeten geacht de uitingsvorm van persoonlijke indrukken te zijn. (zie o.a. Harmonious Triads in de sectie Literatuur).

Het concept van de harmonium-piano paste dan ook naadloos in de gedachtengang bij het muziekmaken van de autonome musicus-componist-arrangeur in de dagen van Liszt.

Deze harmonium-piano toont aan dat een aanzienlijk deel van het orgelrepertoire van Liszt in feite geen orgelmuziek is in de traditionele opvatting.

 

Summary from 'het Orgel'

Franz Liszt’s harmonium-piano was brought to Patrick Collon’s workshop in Brussels for restoration in 1994. The instrument combines a piano built by Erard with a harmonium. The piano seems not to have been built for the purpose: it is merely adapted to fit the conception. The harmonium, on the other hand, differs considerably from normal harmoniums: its case follows the form of piano, the windchests are (as a result) positioned vertically, and the specification is of a completely new design. The harmonium does not have any couplers, but had a pedal division, the reeds of which were located in the bench (which is unfortunately lost). Furthermore, the instrument has a separate set of reeds that can be played by the piano keys; the most remarkable one is the Prolongement lointain, a soft set of reeds that (naturally) keeps sounding as long as the keys are pressed, while the piano’s sound disappears.

The concept of the instrument is probably based on an idea of Liszt, brought to Alexandre via Berlioz. Alexandre built the instrument; it was delivered in Weimar in 1854. After Liszt’s death, it became part of the collection of the Gesellschaft der Musikfreunde at Vienna (catalogue number 18).

Experiments with appropriate repertoire by Berlioz and Moonen raise questions. Why was the prolongement not placed on Manual II? Was the sound of the piano in Liszt’s time as much softer than that of the harmonium as it is now?

Liszt himself appears to have played only a moderate-sized repertoire on his harmonium-piano, as did his contemporaries in Paris on a comparable instrument in the 1850s. Consequently, the significance of the instrument has to be found on another level: Liszt initiated the idea that not just dynamics, but also tone color should be flexible. Instruments became the vehicles of personal ‘impressions’. The concept of the harmonium-piano thus fits with the way of making music of the autonomous musician-composer-arranger-improviser of Liszt’s time. Indeed, the harmonium-piano shows that a significant part of Liszt’s organ repertoire is not organ music in the traditional sense.

Het patent van Jacob Alexandre 1853

patent tekening

 

 

Terug naar overzicht