Menubalk Patenten Patenten

 

 

 

 

 

laatst aangepast: 28 April, 2009

Terug naar overzicht muziek

 

 

Hol, Richard

Kint, Cor (1890-1944)

Lemmens, J.N.

 

 

dr. Thijs Kramer is al jaren bezig het leven van Cor Kint te beschrijven.

Uitgebreide informatie treft u op de onderstaande link.

 

Cor Kint

De nog jeugdige Cor Kint

 

 

 

 

Zuidertoren Enkhuizen

de Zuidertoren te Enkhuizen

 

 

 

 

Cor Kint (1890-1944)

© 2007/2008 Frans van der Grijn

Dit artikel werd door mij geschreven voor publicatie in Vox Humana en verscheen in editie 18-04, oktober 2007. (Aanvullingen 2008)

In mei 2008 verscheen de bundel met werken voor harmonium, geredigeerd door dr. Thijs Kramer. Deze bundel kan besteld worden bij de uitgever: Boeijenga Uitgeverij te Veenhuizen.

Bestelnummer BE 1048
Prijs € 22,50 excl. verzendkosten

 

Website Boeijenga

 

Inhoud van deze bundel:

Quatre Pièces:

  • Feuille d'Album
  • Tristesse
  • Rêverie
  • Solitude

Suite

  • Pastorale
  • Adagio
  • Scherzino
  • Nocturne

Bestelnummer BE 1049
Prijs € 27,95 excl. verzendkosten

 

Inhoud:

Hymne opus 8

Six Morceaux

Chant religieux opus 11
Douleur opus 12
Consolation opus 13
Légende opus 14
Chant du Soir opus 15
Résignation opus 16

Improvisation opus 23

 

 

Enkele maten uit opus 19.2 Solitude. © Boeijenga Uitgeverij 2008

 

Cor Kint, * 9 juli 1890 Enkhuizen- † 8 juli 1944 Hilversum

De kenners zeggen het, een enkeling publiceert het ook. De verzamelaars van harmoniummuziek gecomponeerd door Cor Kint, bevestigen het: Hij schreef muziek voor het harmonium, ook voor orgel. Allen bevestigen méér: Goede muziek, mooie muziek, muziek die het niveau van gelegenheidsmuziek ruimschoots ontstijgt.

Op de Jaardag 2007 van de Harmonium Vereniging in de Bethelkerk te Barneveld, werd de muziek van Cor Kint over het voetlicht gebracht door Dirk Luijmes (harmonium) en René Berman (cello).

Veel vragen, weinig antwoorden

Een van de eerste vragen die opkwam toen we besloten over Cor Kint te schrijven: Had hij naast zijn andere instrumenten ook een harmonium? Bestaat dat instrument nog? Kan het op de omslag?

Een zoektocht naar gegevens over zijn leven begon. Koninklijke Bibliotheek: Alleen zijn bladmuziek. Internet: dramatisch, in het geheel géén informatie. Met dank aan een van de bestuursleden wisten we toch een aantal bronnen te lokaliseren. Waaronder een serie van elf artikelen, in ‘de Orgelvriend’ 1987/88. En van recente datum de uitgave in vier banden van de orgelwerken van Cor Kint, bij uitgeverij Boeijenga te Veenhuizen. [1]

Deze vier bundels bevatten een uitvoerig tekstkritisch apparaat waaraan ook veel biografische gegevens zijn toegevoegd. Binnenkort zullen de vier bundels met orgelwerken worden opgevolgd door een bundel met werken voor harmonium.

Biografie van Cornelis Kint

Cor(nelis) Kint werd te Enkhuizen geboren op 9 juli 1890. Zijn latere leraar Crevecoeur [2] werd in datzelfde jaar benoemd tot organist van de Westerkerk - met het orgel in de historische en befaamde kas van Niehoff - en tevens als beiaardier van de carillons te Enkhuizen.

Cor Kint maakte deel uit van een eenvoudig gezin, wonend in de Torenstraat te Enkhuizen. Het ouderlijke huis stond aan de voet van de Zuidertoren. Dit huis is al jaren geleden afgebroken. Het gezin Kint telde vier kinderen. In 1897 kregen zij de buitenkans om te verhuizen naar een mooie 2-onder-1-kap woning in het Snouck van Loosenpark.

Al vroeg in zijn kinderjaren werd duidelijk dat Kint zeer muzikaal was. Hij kreeg lessen van de Enkhuizer musicus J.P. Roda op fluit en viool en volgde bij hem ook harmonieles. Later kreeg hij van Crevecoeur pianolessen en lessen in koordirectie.

De muziekstudie van Cor werd (tenminste) tot 1909 financieel ondersteund door de predikanten van de Vermaning en (via) de Snouck van Loosen Stichting. Bekend is dat Cor Kint in september 1899 vioollessen volgde in Amsterdam bij Togni, vanaf 1902 zelfs op wekelijkse basis.

In 1906 verhuisde de familie Kint naar Amsterdam, waar hun zoon Cor student werd aan de Muziekschool der Maatschappij ter bevordering der Toonkunst. Deze muziekschool was gelieerd aan het Conservatorium te Amsterdam. Op deze muziekschool kreeg hij lessen van bekende leraren, waar onder Anton Tierie en Daniel de Lange (muziekleer en muziekgeschiedenis), en van Felice Togni (viool). Van Johan Wijsman kreeg hij onderricht in pianospel. Kint sloot zijn studie aan de Muziekschool af in 1909.

Kort na het afronden van zijn opleiding kreeg hij een aanstelling in het Concertgebouworkest, in de functie van altviolist. Hij is dan nog maar net 19 jaar oud. Van zijn collega-altist zal hij de voorliefde voor de viola d’amore overgenomen hebben.
Vanaf 1910 tot 1923 was hij ook verbonden als altviolist aan het Hollandsch Strijkkwartet, waarvan hij een van de medeoprichters was. Dit Strijkkwartet heeft binnen en buiten Nederland grote successen geoogst.

Concert in 1914

Tijdens een concert in Enkhuizen. Links op het podium een harmonium. ca. 1914

In 1915 besloot Cor Kint om ontslag te nemen bij het Concertgebouworkest. Hij bleef daar overigens wel beschikbaar als invaller.
Vanaf 1919 kreeg Kint een vaste aanstelling - en dus een regelmatig inkomen - als vioolleraar aan de Muziekschool der M.t.B.d.T. te Amsterdam, dezelfde school waar hij zelf opgeleid was. In 1923 maakte hij “promotie” door het verwerven van een benoeming tot vioolleraar aan het Amsterdams Conservatorium.

Dit vaste inkomen vanaf 1919 maakte het voor Kint mogelijk om een huwelijk aan te gaan. Hij trouwde in 1921 met Jeanny Couperus, geboren te Bolsward. Later in haar leven schreef zij (tenminste één) kinderboek onder de naam Jenny Kint-Couperus. In de Koninklijke Bibliotheek troffen we 1 vermelding aan. [3] In dit boek komt - niet onverwacht - ook de ocarina voor, hierover later meer.

Het jonge echtpaar ging na hun huwelijk wonen in Amsterdam, in de nabijheid van de woning van Kint’s ouders. Redelijk kort nadien verhuisden ze naar een ander adres in Amsterdam.

Midden 30-er jaren van de vorige eeuw, oriënteerde Kint zich in Hilversum in de omroepwereld, toen nog alleen radio. Enkele jaren later trad hij op met de befaamde harpiste Rosa Spier in een Rococo ensemble. Daarna trad hij in dienst bij het KRO-orkest. Zijn functie als docent aan het Conservatorium bleef hij vervullen op zijn wekelijkse vrije maandag.

Na bijna 20 jaar vertrokken zij vanuit Amsterdam naar een nieuwe woning in Hilversum. Nog weer twee jaar later verhuisden ze binnen Hilversum naar een nieuwe woning, waar Kint tot zijn dood woonde. Cornelis Kint stierf in 1944 op 8 juli, op de dag voor zijn 54e verjaardag. Het echtpaar Kint had geen kinderen.

Een leven vol muziek, een muzikaal gezien vruchtbaar leven. Zo mocht Cor Kint afscheid nemen van het leven. Het is dan curieus en wrang te lezen dat zijn begrafenis op Zorgvlied in Amsterdam geheel zonder muziek plaats vond. Gerard Mulder, concertmeester van het omroeporkest en collega-docent aan het Amsterdams Conservatorium, zou met Egbert Veen "Hymne" opus 8 van Kint ten gehore brengen. Maar - was het stroomuitval? - het orgel kon niet bespeeld worden. Er viel niets meer te regelen, en het bleef muzikaal gezien stil. Doodstil.
ontleend aan dr. Thijs Kramer, BE 1049, pag. xxxvi

 

Bescheidenheid

Uit de ons bekende gegevens blijkt dat Kint niet bepaald een “assertieve” man was. Zo is bekend dat in het Hollandsch Strijkkwartet de andere leden soms aanzienlijk betere (hogere) gages wisten te verwerven dan Kint (medeoprichter) zelf. Ook in zijn periode in het Concertgebouworkest onder de befaamde Mengelberg moet het voor hem lang niet altijd even vrolijk zijn geweest. Mengelberg stond bekend als iemand die zich graag overgaf aan plagerijtjes of soms zelfs ordinaire pesterij.

Kint wordt door de mensen die hem nog gekend hebben omschreven als een ‘sociaal’ mens. Dit lijkt enigermate te wringen met het gegeven dat hij als lid van het Omroep orkest niet getutoyeerd werd. Het lijkt aannemelijk dat dit niet alleen in dit orkest aan de orde was. Er bleef dus altijd een bepaalde afstand bestaan tussen hem en de degenen die vrijwel dagelijks met hem werkten.
Een conciërge van het Conservatorium in Amsterdam vertelde jaren later dat hij de indruk kreeg dat Kint als het ware leed onder het leven, en zich weliswaar niet afsloot voor anderen, maar toch altijd een afstand bewaarde tot anderen. Ook lezen we dat hij wordt omschreven als een gespannen, nerveuze man, die een wat mompelende wijze van spreken had.

In zijn leven schreef hij in diverse binnen- en buitenlandse periodieken musicologische artikelen, waarin hij naast deskundig, toch ook vooral een milde man blijkt te zijn.

Kint had geen harmonium

In de inleiding werd het al genoemd, de weinige informatie die over Cor Kint te vinden is. De redactie vatte het plan op om een speurtocht naar “het harmonium van Cor Kint” uit te voeren, maar dat bleek al heel snel vruchteloos. Kint heeft nooit een harmonium in bezit gehad. Hij kende het harmonium wel uit zijn eigen concertpraktijk. Er bestaat een foto van de uitvoering (in 1914) van het Vioolconcert nr. 5 in A van W.A. Mozart, onder leiding van Kint’s mentor G.H. Crevecoeur - organist, dirigent en beiaardier te Enkhuizen - waar in het gezelschap “de Enkhuizer Orkestvereeniging Crescendo” een harmonium én bespeelster zichtbaar is ter linkerzijde op het podium.
Ons plan voor een foto van “zijn harmonium” op de omslag kon geen doorgang hebben. Tóch is bekend dat Kint terdege het harmonium zelf bespeelde. Mensen die de musicus gekend hebben en hem hebben horen spelen, hebben daar concreet over gemeld dat ze, nog vele jaren na zijn overlijden, onder de indruk waren van zijn typerende manier van harmoniseren (zie ook de opmerkingen van Dick Sanderman, in zijn bespreking van de compositie ‘Solitude’ in dit blad) als hij improviseerde op piano of harmonium. Evenzo als hij de ondersteunende partij improviseerde bij het bespelen van de cello.

“Of schoon Kint geen organist is”

Kint schreef werken voor orgel, dat blijkt uit een oeuvre van vier bundels met totaal 106 pagina’s muziek. Over zijn bekende werk “Fantasie voor orgel over het koraal ‘een vaste burg is onze god’ zijn lovende kritieken bekend. De bekende auteur M. Prick van Wely schrijft:

“Als de eenige orgelcomponist, die met H. Andriessen en de Wolf werkelijk van beteekenis is, moeten wij Cor Kint noemen. Hij werd in 1890 te Enkhuizen geboren, waar hij reeds op jeugdigen leeftijd het eerste muzikale onderricht ontving. Later studeerde hij aan de Toonkunst Muziekschool te Amsterdam en was hier van 1909-1915 als altist aan het Concertgebouworchest verbonden. Of schoon Kint geen organist is, weet hij toch voortreffelijk voor orgel te schrijven, terwijl wij aan zijn violistische eigenschappen te danken hebben, dat de melodie nooit verwaarloosd wordt.” [4]

De bekende organist Jan Zwart schreef over dezelfde compositie van Kint deze lovende woorden:

“Cor Kint: Fantasie voor Orgel over: “Een vaste Burg is onze God”. Prijs ƒ 1,50. Seyffardt's Muziekhandel.
Een violist die orgelwerken schrijft en nog wel zulke, als hier een voor ons ligt, mag wel als een buitengewoonheid gelden. De heer Kint behoeft het niet als een "phrase" te beschouwen als we zeggen dat hij de orgelliteratuur in het algemeen verrijkt heeft met deze Fantasie. Voor onze concert-organisten een schoone gelegenheid om dezen Nederlandsche componist op hun programma te brengen, trouwens eenige hunner hebben zich al voor zyn werk geïnteresseerd.
Het schoonste o.i. uit deze geheele Fantasie die 20 platen muziekdruk beslaat, is wel het gedeelte in 6/8 met de melodie in de Tenor dat uitmunt door vinding en geest; de prachtige Fuga en het machtig slot waarbij het vooral zijn grootste effect verkrijgt door de snelle figuren in het pedaal.” [5]

Organist mocht hij dus niet heten, zelfs niet in lovende teksten over hem en zijn composities voor orgel. Ook een bestuurslid (van de HVN) meldde ons dat, streng doch rechtvaardig, nogal nadrukkelijk. De kwalificatie “geen organist” verdient naar de mening van de schrijver echter een, evenzo nadrukkelijke, nuancering: Kint was weliswaar geen organist in de zin dat hij een leven lang een vaste aanstelling had als kerkorganist. Maar hij heeft terdege ooit een aanstelling gehad. Als jochie van nog maar nauwelijks 10 jaar kreeg hij bij de Doopsgezinde Vermaning - samen met een vrijwel even oude plaatsgenoot - een aanstelling als organist. Ondanks zijn verhuizing naar Amsterdam in 1906 bleef hij tot 1909 met enige regelmaat kerkdiensten vervullen totdat het aanwezige kerkorgel vervangen werd. Hij heeft deze positie dus ruim acht jaar lang vervuld.

Dus tóch een organist

Voeg de bovenstaande gegevens bij het feit dat bekend is dat Kint ooit een concert heeft gegeven op het fameuze Vater/Müller orgel van de Oude Kerk te Amsterdam. Hoewel niet beroepsmatig organist, speelde hij orgel. Daarnaast schreef hij kwalitatief hoogwaardige orgelmuziek. Dan ben je wat mij betreft de titel ‘organist’ waardig.

Het orgel in de Vermaning van Enkhuizen

Uit het bronnenmateriaal -gecombineerd met zijn toch in omvang redelijke oeuvre voor orgel - blijkt dat Kint in zijn muzikale vorming onder de indruk is geweest van het orgel, en dat moet hem dus - gezien zijn composities voor dit instrument - behoorlijk beïnvloed hebben. Vox Humana is nadrukkelijk een blad over harmonium. Toch noemen we, gezien het voorgaande, de gegevens van het orgel waar hij ruim 8 jaar organist was. In de in dit blad gebruikelijke opmaak gedeeld in bas en discant.

Het orgel is gebouwd door J.E. Hageman, Amsterdam, ca. 1775.(Hageman overleed in 1782). Het orgel werd in 1843 aangekocht door de Vermaning te Enkhuizen, bij de orgelbouwer L. van den Brink & Zonen te Amsterdam. [6] Leonard van den Brink was orgelbouwer in Amsterdam. Na zijn overlijden in 1833 nam zijn zoon Matthias de zaak over. Hij zette deze voort onder de naam L. van den Brink & Zonen.

De tractuur is mechanisch, géén pedaal, stemming evenredig zwevend, a1 = 440 Hz, huidige manuaal-omvang C-f3. Het instrument heeft 16 registertrekkers. Een aantal zijn loos, ter wille van de symmetrie.
In 1909 wordt besloten het instrument te vervangen. Het orgel wordt verkocht aan de Vrije Evangelische Gemeente te Leeuwarden. In 1924 plaatsen de orgelbouwers Bakker & Timmenga te Leeuwarden het instrument in Foudgum, waar het nu nog aanwezig is.

Orgel Foudgum

 

 

Huidige dispositie te Foudgum [7]

 

bas

 

Holpijp 8’ B

Prestant 4’ B
Fluit 4’ B
Octaaf 2’ B
Sifflet 1’ B

Totaal 9 stemmen,
13 registers,
16 knoppen.

 

discant

Fluit Travers 16’
Prestant 8’ D
Holpijp 8’ D
Viola 8’ D
Prestant 4’ D
Fluit 4’ D
Octaaf 2’ D
Terts 1 3/5 D

Bron: Het historische orgel in Nederland.(situatie Foudgum)
Foto © RACM
   

 

Registerbord links  
Registerbord rechts
Registerbord links   Registerbord rechts
foto's © Marcel van Pelt (uitsnede van origineel)

 

Muzikale invloeden: carillon en ocarina

In de Zuidertoren, pal naast het geboortehuis van Kint, is een Hemony Carillon aanwezig. Bekend is dat hij veelvuldig luisterde naar het carillonspel van Crevecoeur. Vaak zat hij op straat te luisteren en speelde de gehoorde melodie na op zijn ocarina. De beiaardier van de Zuiderkerk, R.H. Crevecoeur, was ook een van de leraren van Kint.

Het carillon in de Zuidertoren van Enkhuizen [8]

In 1523 plaatste van Wou een klein klokkenspel in de toren. In 1648 ontvingen de gebroeders Hemony de opdracht tot het vervaardigen en plaatsen van een nieuw klokkenspel van twee octaven. Hemony heeft de beiaard 1662/1674 uitgebreid tot drie octaven. Deze stand van zaken bleef onveranderd tot 1936.
Dit betekent dus dat Cor Kint in zijn jeugd het 3-octaafs werk hoorde, in de middentoon stemming. In 1936 werd de beiaard uitgebreid tot 3 ½ octaaf en in 1955 tot 4 octaven.

Crevecoeur speelde op een “pianoklavier” (met grote toetsen), een slechte uitvinding, waar geen eer mee te behalen viel. Hij was voorvoorstander van het terugbrengen van het stokkenklavier, deze wens is in 1936 gerealiseerd. Bij deze restauratie is ook het tuimelaarsysteem toegepast. [9] Het tuimelaarsysteem maakt het mogelijk om virtuoze passages te spelen en is een Vlaamse uitvinding.

Ocarina

De ocarina is een eenvoudig fluitje met een kenmerkende nasale klank. Tegenwoordig zien deze fluitjes er uit als op de afbeeldingen. Kenmerkend is dat deze fluitjes diatonisch zijn, dus slechts in één toonsoort bespeelbaar.Het lijkt ons een gerechtvaardigde gedachte, om te veronderstellen dat Kint door het naspelen van de melodie van de beiaard op zijn ocarina - min of meer ongemerkt - vaardig is geworden in het transponeren.

Ocarino

Ocarino

Twee modellen van moderne ocarina’s

 

Opuslijst Cor Kint

Onderstaande opuslijst is samengesteld door Frans van der Grijn, op basis van gegevens van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag/ Nederlands Muziek Instituut, beiden te Den Haag. Waar alleen een titel is vermeld, ontbreken verdere gegevens.

Opus

Een vetgedrukt opusnummer betekent orgel / harmonium.

   

1

6 leichte stücke für Violine und Klavier

1a

Madrigale voor viool en piano. Opus 1a, A gr. t. Cor Kint, De Nederlandsche Muziekhandel, 19xx, 3 p. NMI 31.2

2

Suite voor strijkorkest

3

Berceuse voor Viool en Piano

4

Drie liederen voor één zangstem met Piano begeleiding No.1 Liedje (tekst van Adema Scheltema.) No.2 Nacht No.3 Smart

5

Concertstück für Bratsche und Orchester

6

Kleine Suite im alten Stil voor Viola d’amore & piano, nr. 4, Opus 6, ms/autograaf 6-4-1917. Delen: 1. Preludium, 2. Sarabande, 3. Gavotte. In D gr., 9 pag. NMI 135.0

7

Twee liederen voor één zangstem met Piano begeleiding No.1 Ze wisten het wel (tekst: G. W. Lovendaal) No.2 Zaansch liedeken. (tekst Nic. Beets)

8

Hymne voor viool en orgel Opus 8, Bes gr. t. Cor Kint, Seyffardt 1918, 8 p. KB: Uitg.nr. 81. NMI 31.2 / Boeijenga BE 1049 2008

8.a

Adagio Religioso Opus 8.a  Kint, Cor / Werken voor Orgel II  Boeijenga 2005

9

Kerstzang voor gemengd koor, solostemmen en orgel

10

Grande sonate pour orgue Opus 10, f kl. t. Cor Kint, 1938 / Boeijenga 2006 Werken voor orgel III. KB: Uitg.nr. 1013 NMI 13.1 Bestaat ook in een omgewerkte versie in d kl. t. (december 1938)

11

Chant réligieux Duos pour violon et orgue ou harmonium / Boeijenga BE 1049 2008

12

Douleur Duos pour violon et orgue ou harmonium / Boeijenga BE 1049 2008

13

Consolation Duos pour violon et orgue ou harmonium /Boeijenga BE 1049 2008

14

Légende Duos pour violon et orgue ou harmonium / Boeijenga BE 1049 2008

15

Chant du soir Duos pour violon et orgue ou harmonium / Boeijenga BE 1049 2008

16

Résignation Duos pour violon et orgue ou harmonium / Boeijenga BE 1049 2008

17

Andante Opus 17, Cor Kint, Seyffardt 1922 (in: Moderne orgelcomposities no 1) Des gr. t. 8 p. K.B.: plaatnr. 280 NMI 13.1 // Boeijenga 2006, Werken voor orgel IV, Na 1922 ook nog door Alsbach uitgegeven.

18

Feuille d’album Opus 18, nr.1 Es gr. t. (harmonium) Cor Kint, in: Internationaal harmonium album band I, Seyffardt 1919 K.B. (16 p.).Plaatnr. 210 NMI 14.0 / 2008: Boeijenga BE1048

18

Tristesse Opus 18, nr. 2 in: The Reed Organ Treasury no 5. Bayley & Ferguson, Glasgow, 1924, agent in Nederland Seyffardt, 2 pag. 76 maten. N.B. Niet in KB / NMI  gevonden. Fotokopie ontvangen van Wim Olthof. / 2008: Boeijenga BE1048

19

Rêverie Opus 19 nr. 1, Cor Kint, in: Internationaal harmonium album band II, Seyffardt 1919 K.B. Plaatnr. 212-213, NMI 14.0 / 2008: Boeijenga BE1048

19

Solitude Opus 19 nr. 2, b.kl.t. (harmonium) Cor Kint, in: Internationaal harmonium album band II, Seyffardt 1919 KB Plaatnr. 212 NMI 14.0 / 2008: Boeijenga BE1048

20

Vredesdanklied: Des gr.t., voor een zangstem met pianobegeleiding, Opus 20 tekst van Jeanny Couperus; muziek van Cor Kint, Seyffardt 1919, opgedragen aan Koningin Wilhelmina. (7 p.). ; K.B.: Plaatnummer 214 / NMI 172.1

21

Danse des gnômes Opus 21 nr. 2 e. kl. t. (piano) Cor Kint, in: Pensées lyriques, Seyffardt 1920 K.B. plaatnr. 225 NMI12.2

21

Valse diabolique Opus 21 nr. 4, g.kl.t. (piano) Cor Kint, in: Pensées lyriques, Seyffardt 1920 K.B. plaatnr. 225 NMI 12.2

 

De bundel Pensées lyriques Seyffardt 1920 bevat: 1. Sérénade mélancolique (Ch. Quef) 2. Danse des gnômes (Cor Kint) 3. Pastorale (D. van der Stam) 4. Impromptu (Fr. Molenaar) 5. Feuille d’album (J. Bonset) 6. Madrigal (Ch. Quef) 7 Vieille chanson (Kor. Kuiler) 8. Promenade (C.F. Hendriks) 9. Valse diabolique (Cor Kint) 10. Fête Bretonne (Ch.Quef).
In enkele mij toegezonden opuslijsten zijn ten onrechte meerdere nummers uit deze bundel als werken van Kint genoemd. De inhoudsopgave laat slechts de twee vetgedrukte composities zien als werken van Kint.
(Overigens: Gegevens over Opus 21 nr. 1 en nr. 3 ontbreken.)

22

No.1 Mazurka (piano) / No.2 Papilloris (piano)

23

Improvisation pour Violon, Alto et Piano / Boeijenga BE 1049 2008 ( hier benoemd als "pour Violon, Viola et Orgue")

24

Fantasie over het koraal ‘Een vaste burcht is onze God Opus 24. Kint, Cor / Nieuwe Muziekhandel A’dam 1919 / later Seyffardt 19xx / Boeijenga / 2005

25

Vier nachtliedjes uit “Ellen” van Fred Eeden (Voor één Zangstem met Pianobegeleiding)

26

Het is volbracht voor één Zangstem met Piano begeleiding (tekst Maria Metz Koning)

27

Vier lieder für eine Singstimme mit Klavierbegleitung 1. Heimkehr (H. van Brummelen) 2. Ich liebe Dich (H.G. Andersen) 3. Gebet (Möricke) 4. Waldseligkeit (Rich. Dehmel)

28

28.A Cadensen bij het G dur Viool Concert van W.A. Mozart; 28.B Cadensen bij het A dur Viool Concert van W.A. Mozart; 28.C Cadensen bij het D dur Viool Concert van W.A. Mozart

29

No. 1 Pastorale 28/8/1922 No. 2 Adagio 30-8-1922 No. 3 Scherzino 18-10-1922 No. 4 Nocturne 2008: Boeijenga BE1048 kritische editie samengesteld door dr. Thijs Kramer / Boeijenga, Veenhuizen

30

Marche funèbre Opus 30 in: Nederlandsche muziek van 1600 tot heden voor orgel of harmonium, Seyffardt 1924. KB plaatnr. 291 NMI 13.1 // Ook in: Cor Kint, Werken voor orgel IV Boeijenga 2006

31

Le début du violon: six morceaux mignons : pour violon avec acc. de piano : (d'après le système du demi-ton) / Cor Kint, Uitgever:  Amsterdam : De Nieuwe Muziekhandel  [192-?]
Bevat: 1. Invocation 2. Tendre prière 3. Simple histoire 4. Valsette 5. Premier chagrin 6. Bonne nuit - Berceuse. Opus 31 (19 p.). K.B.: Plaatnummer 5438 /Bezettingscode:  NMI 31.2

32

Concertino Opus 32 (viool met pianobegeleiding) delen: 1. Allegro moderato; 2. Romance (Andantino); 3. Finale (Allegro giocoso)  Cor Kint, Broekmans & van Poppel 192x. Gecomponeerd in 1924. 15 p. K.B. NMI 31.2

33

Prélude pastoral pour grand orgue Opus 33; Seyffardt 1926, 7 p. K.B uitg.nr. 377 NMI 13.1
Nieuwe uitgave: Boeijenga 2006 Cor Kint Werken voor orgel, band II

33

Sérenade pour violon Opus 33, (viool & piano) F.gr.t. Cor Kint. Seyffardt 1926 KB 6 pag
Plaatnummer 507 // Nieuwe uitgave: Cor Kint, Werken voor orgel deel II, Boeijenga 2006.
“Op 1 mei 1927 liet Kint zijn opus 31 t/m 35 bij de BUMA registreren. [….] Prélude pastoral en Sérenade pour violon dragen in de Syeffardt-druk beide het opusnummer 33 [….] Op het BUMA formulier vulde Kint ‘Prélude Pastoral Op. 33’ en in arren moede ‘Sérenade voor viool en piano’ zonder opusnummer in. Opusnummer 34 was al aan Berceuse romantique vergeven, zodat de editie van Thijs Kramer aan Prélude Pastoral de meeste rechten op het opusnummer 33 toekent.” (Werken voor orgel deel II, pag. xxv, Boeijenga 2006, editie Thijs Kramer.)

34

Berceuse romantique Opus 34 voor orgel, in: Nederlandsche orgelwerken (Zorgman no 22, maandelijkse uitgave) 1934. KB 1 partituur 4 p. // nieuwe uitgave: Cor Kint, Werken voor orgel deel IV, Boeijenga 2006

35

Le violon chante quatre morceaux faciles pour violon et piano / Cor Kint,  Uitgever: Amsterdam: De Nieuwe Muziekhandel [192-?] Opus 35 Bevat: 1. Romance 2. Gavotte 3. Menuet 4. Chanson du printemps. Omvang: 1 partituur (14 p.). + 1 partij. Uitgeversnummer:  Plaatnummer 5439 Bezettingscode:  NMI 31.2

39

Berceuse voor Viola d’amore en piano Opus 39 ( A gr. t.) in: Meisterwerke für violo und bratsche, Günther, Leipzig, 1938, 1 partituur 10 pag. NMI 35.0

40

Valse Caprice voor viola d’amore en piano Opus 40 in: Meisterwerke für violo  und bratsche, Günther, Leipzig, 1938, 1 partituur 10 pag. NMI 35.0

41

Fuga over B.A.C.H. voor orgel, Opus [41]. in: Cor Kint, Werken voor orgel band II, Boeijenga 2006.
Compositie dateert vermoedelijk uit 1935 (Kramer, pag. xxvi) Opusnummer toegekend door dr. Thijs Kramer (zie pag. xxvi van deze bundel). K.B. uitg.nr. BE2007 NMI 13.1

*

Variatie en Fuga over Wilhelmus van Nassouwe (onvoltooid, geen opusnummer toegekend) Datering in eerste opzet wrschl. voor 1920. In: Cor Kint, Werken voor orgel IV, Boeijenga, 2006

 

In de Koninklijke Bibliotheek / NMI zijn ook een groot aantal (plm. 50) bestaande composities aanwezig welke door Cor Kint georkestreerd zijn. Het betreft hier veelal concerti voor viool of viola d’amore.

 

Geraadpleegde bronnen:

Over Cor Kint:

  1. dr. Thijs Kramer “Een strijker die van prestanten bleef dromen” Serie artikelen in elf afleveringen, in: ‘de Orgelvriend’ (1987-1988)
  2. dr. Thijs Kramer: “Cor Kint, Werken voor Orgel” IV delen, Veenhuizen, Boeijenga, 2006 BE 1005, 1007, 1013 en 1014, alle € 19,95 (met uitvoerige tekstkritische aantekeningen bij de muziek & biografische gegevens over Cor Kint).
  3. dr. Thijs Kramer: "Cor Kint, Werken voor harmonium. Veenhuizen, Boeijenga, 2008 BE 1048 € 22,50
  4. dr. Thijs Kramer: "Cor Kint, Werken voor viool, altviool, harmonium of orgel. Veenhuizen, Boeijenga, 2008 BE 1049 € 27,95

Over het door Kint bespeelde orgel in de Doopsgezinde Vermaning te Enkhuizen:

  1. Arend Jan Gierveld: “Het Nederlandse huisorgel in de 17de en 18de eeuw” Utrecht: Vereniging voor Nederlandse muziekgeschiedenis, 1977. - (Muziekhistorische monografieën; 6).
  2. Jan Jongepier: “Drie gerestaureerde kabinetorgels: Het orgel in de Hervormde Kerk te Foudgum” In: ‘het Orgel, jrg. 86 nr. 9, september 1990.
  3. Jan Jongepier (eindred.) “Het historische orgel in Nederland 1769 - 1790” Amsterdam: Stichting NIvO, 1999. - (Encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland deel 3).
  4. Jan Jongepier: “Vijf eeuwen Friese orgelbouw: Een schoone voorraad waarlyk” Leeuwarden, Friese Pers Boekerij, 2004.
  5. Archief Protestantse Kerk te Foudgum: Dossier restauratie orgel te Foudgum 1977-1989.

Noten:

[1] Dr. Thijs Kramer, “Cor Kint, Werken voor orgel” tekstkritische editie in 4 delen. Uitg. Boeijenga Veenhuizen, 2006.

[2]  http://www.versteegt.net/Genea/html/897.htm Reinhart Gerrit Crevecoeur #2793, geboren 11-08-1867 te Rotterdam, overleden 1934 ten Enkhuizen.

[3] Jenny Kint Couperus: Het huis in 't Vinkenbos; geïllustreerd door G. van Straaten, 1960, Kluitman, Alkmaar, Zonnebloemserie, 142 pagina's.

[4] M. Prick van Wely in “Het orgel en zijn meesters” (1931)

]5] Jan Zwart, in: Het Organistenblad 15. Februari 1919

[6] In de "Inventarisatie Kerkelijke Gebouwen in Nederland" van het Historisch Documentatie Centrum van de Vrije Universiteit wordt gesteld dat het gebouw aan de Venedie te Enkhuizen pas in 1892 in gebruik genomen werd door de Doopsgezinde Gemeente, en overigens eveneens door de Zevendedags Adventisten. Dit zou een verplaatsing van het orgel betekenen. Navraag bij het Archief van Enkhuizen heeft op het moment van afronden nog geen resultaat opgeleverd.

[7] "Het historische orgel in Nederland" deel 1769-1790, p. 109

[8] Dr. André Lehr: "Zingende torens in Nederland”   [samen met Rinus de Jong en Romke de Waard] Uitgave in afleveringen door de Nederlandse Klokkenspel-Vereniging 1966-1976.

[9] e-mail van de huidige stadsbeiaard, dhr. F. Reynaert

 

Naar boven