Menubalk Contact Patenten

 

 

 

 

 

 

update: 18 December, 2014

Gemeentewapen

Tienhoven (Z.H.)

Wapen Tienhoven

 

Karolingische kerk

Koperblazers Tienhoven

Dorp in brand 1947

De verdwenen kapel

Rondje kerk in foto's

Fotoalbum Ameide

Fotoalbum Tienhoven

De orgels in Ameide

Bätz orgel in Ameide

Verschueren orgel Ameide

Verschueren-Sloof Orgel Ameide

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De oude kapel in Tienhoven

Kapel Rademaker 1620

Tienhoven is en was door de eeuwen heen een klein dorpje. Tegelijk geven de historische feiten aan dat deze kleine gemeenschap herberg was voor een kerkgebouw met een indrukwekkende leeftijd, immers een gebouw met een Merovingische/Karolingische kern. Daarnaast op nauwelijk 500 meter afstand, een zeer aanzienlijk kasteel. En tussen deze twee óók nog eens een aparte kapel op een (kleine) steenworp afstand van het kerkgebouw. En wie de steen de andere kant uit werpt, raak met enig geluk mijn geboortehuis. Al het goede komt hier dus in vier delen.

In een publicatie van Matthaeus Brouërius van Nidek, getiteld Kabinet van Nederlandsche en Kleefse Oudheden toont de auteur op pagina 255 e.v. een afbeelding van de kapel in Tienhoven met als onderschrift: “ A. Rademaker fecit – 1620. In het blad van de Historische Vereniging Ameide en Tienhoven wordt de stelling geopperd dat het jaartal 1620 niet klopt met de spanne van leven van A. Rademaker, immers, deze leefde van 1676 tot 1735.

Een klein probleem dus, het roept de vraag op of Rademaker wellicht de tekening gemaakt heeft op basis van een oudere tekening uit 1620. Immers, zo zijn mijn gedachten, in die jaren was het samenstellen van "Atlassen" een druk uitgeoefend stiel. De diverse auteurs zullen prat gegaan zijn op historische betrouwbaarheid. En ik kan me niet zo goed voorstellen dat Rademaker, nog in leven bij de publicatie van het "Kabinet van Nederlandse en Kleefse Oudheden" een dergelijke "fout" over het hoofd gezien zou hebben. Bovendien, lijkt de tekst van Nidek ook duidelijk op dit punt, als hij schrijft: "Hoedanig zig de Kerk te Thienhoven in den Jaare 1620 vertoonde, heeft de Konstenaar Abraham Rademaker, in de voorenstaande 188. Printverbeeldinge, beneffens een zeer vermakelyk Gezigte langs de Lek voor oogen gesteld."

 

"Hoe ver het was en hoe warm" klaagde ooit een personage in de Camera Obscura. Met betrekking tot het zwarte kader hierboven heeft het ook een behoorlijke tijd gekost om de feiten boven tafel te krijgen met betrekking tot de tekeningen van Rademaker. Hoewel Rademaker leefde in de 18e eeuw, staan er onder zijn tekeningen 17e eeuwse jaartallen. Dus sinds 8 september 2009, de laatste keer dat deze pagina bijgewerkt werd, lag er een probleem op de stapel met 'nog uit zoeken'.

Maar gelukkig kwam een bibliofiel met het verlossende antwoord. Deze leverancier van het antwoord stuurde mij een uitgebreide beschrijving van de boeken van Nidek, en de betreffende antiquair sloot de beschrijving af met deze woorden:

"..... De prenten in dit werk, elk ca 7 x 10 cm, zijn middenboven genummerd van 1 t/m 300 en hebben linksonder de naam “A. Rademaker fecit”. Rechtsonder treft men veelal een jaartal aan uit de 17de eeuw, betrekking hebbend op de prent of tekening waarnaar Rademaker zijn gravure vervaardigde...."

Mijn bron noemde nog even - volledigheidshalve - de vraagprijs van de serie boeken: € 4000,00 excl. BTW en excl. verzendkosten.

Derhalve: de tekening is nagemaakt van een oudere bestaande afbeelding.

 

De bedoeling van deze pagina’s is het "verhalend" presenteren van dit kleine dorp, aan mensen die het dorp (wellicht) nog nooit betreden hebben. Voor geschiedkundig nauwkeurige en onderbouwde details leest u liever het hierboven genoemde verenigingsorgaan van de Historische Vereniging.

In mijn jeugd hoorde ik uit de mond van mijn ouders en anderen verwijzende opmerkingen over "de kapel". Mij was toen duidelijk dat die kapel ergens tegenover Café Welgelegen, naast het Kerkepad moest hebben gestaan. Ook begreep ik dat de kapel verloren was gegaan bij de grote brand, kort na de Tweede Wereldoorlog, op 24 juli 1947. Mijn kennismaking met dit onderwerp was een aantal vragen. Was het een geheim? Was het een taboe? Eeuwenlang stond er in de onmiddellijke nabijheid van de Tienhovense kerk, gewijd aan de beschermheilige St. Nicolaas, een oude kapel. Behoorde deze toe aan de kasteelheren?

Maar voor het overige zweeg "men" (dacht ik) in oorverdovende stilte. Een stiekeme, ironische gedachte: "Tja, dat roomsche verleden, de tijd van de "vervloekte paapsche afgoderij" ( H.C. z.30, vr. 80) hakt er wel in bij de aanhangers van de nye leer".
Het collectieve geheugen is deels grondig gewist, lijkt het. Met het verhaal over de muurschilderingen in de St. Nicolaas kerk in gedachten, wellicht romantiserend, maar ook een gedegen verklaring. Aan de muurschilderingen wordt binnenkort een aparte pagina gewijd.

Maar gelukkig kreeg ik op tijd de gegevens van de Historische Vereniging in handen.

Op de site van de Historische Vereniging Ameide-Tienhoven vond ik het citaat waar ik al naar verwees, de publicatie van Brouërius van Nidek. Een citaat uit een inmiddels antiek boek, met uitgebreide teksten met "beneffens een zeer vermakelyk Gezigte" (zie de tekst bij de derde afbeelding) waarop toch overduidelijk behoudens de kerk, óók de kapel staat afgebeeld.

Deze publicatie van Nidek dateert van ná 1727, getuige een beschrijving in de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren, waar we over het werk van Nidek lezen: "en maakte goede beschrijvingen voor het Kabinet van Ned. en Kleefsche Oudheden door A. Rademaker, dl. 1 en dl. 2 tot blz. 135, toen hij verplicht was door ziekelijkheid, die taak over te laten aan Is. le Long. In het voorwerk van dit eerste deel vindt men de opgave van zijn "ook ongedrukt gebleven, letterarbeid tot 1727." Hij overleed waarschijnlijk vóór 1734. De datering van dit werk is dus de tijdsspanne 1728-1733.

Daarom, terwille van het nageslacht een "integraal citaat" van het werk van Nidek en Rademaker, zodat het verhaal blijft gaan als Panta Rhei, in de tijd die voorbijglijdt. [1]

260

Het dorp Thienhoven in Zuid-Holland

Daar zyn drie verscheide Ambachten, welke den naam Thienhoven dragen; het eerste legt tusschen Leerdam en Schoonerwoerdt; het tweede in 't Neder-Sticht van Utrecht; en het derde, daar wy nu van spreeken, behoord onder 't Gerecht van Vyanen (a); heeft ten Oosten Ameyde, ten Westen Langerak, ten Zuyden Noordeloos, en ten Noorden de Lek. Het zelve behoord onder het Overwaterschap van de

(a) H. van Heusdens Oudtheeden, Tweede Deel, pag. 308

  Nidek

261
de Over-Waardt, en het Dyk-Recht van den Alblasser-Waardt (a). Eertyds was dit een Heerlykheid der Heeren van Breederoode, doch is daar na by den Graaf van der Lip bezeeten.
In den Jaare 1437 (b) wierd Thienhoven door Hertog Arnoud van Gelre, Soon van vrouwe Maria van Arkel, aan den Heere van Kuylenburg overgedragen, volgens den onderstaande Brief:


" Arnold, van der Genade Godts, Hertogh van Gelre en Gulig, Graaf van Zutphen: Alzoo een uitspraak gedaan is, tusschen Hem, en den Heer van Kuylenburgh, door zyn Vader, (Heer Jan van Egmondt;) Heer Willem van Egmondt zyn Oom, en Willem (van Egmondt) zyn Broeder, met Gerit en Peter van Kuylenburg zyn Neven, dat hy aan d'Heer van Kuylenburg overgeven zou die Tienhoven, die Heer Huybrecht van Kuylenburg Zalr. gekocht had van Heer Jan van Arkel, zyn Groot-vader: Zoo draagt hy die over aan d'Heer van Kuylenburg, zonder bedrogh. Gegeven 't Jaar 1437 op St. Willeboords-dagh, (den 7 van Slagt-maant.) Onderteekent by den Hertog, Johan Schellard van Obendorp Ridder, zyn Hofmeester, en Johan van Boetbergen; zyn Maarschalk."

Thienhoven heeft een eigen Kerk, dog niet groot, en derzelver Tooren is mede niet zeer hoog. Volgens een handschrift der Utrechtsche Kerke, (betuigt H. van Heusden,) was in deze Kerk een altyd-durende Kapellanye of Vicarye gestigt. De pastoor wierd door den Deeken van St. Marien-Kerk te Utrecht ingeleid. Zedert het invoeren van den Gereformeerden Godsdienst, is de Kerk van Thienhoven met die van Ameyde gecombineert, en werd door een Predikant bediend; waar van men breeder onder de voorgaande Verhandelinge

(a) J. van Oudenhovens Zuydt Hollandt, pag. 321
(b) Abr. Kemps Beschryvinge van Gorinchem, pag. 255

  Nidek 2

262

van Ameyde kan nazien. Hoedanig zig de Kerk te Thienhoven in den Jaare 1620 vertoonde, heeft de Konstenaar Abraham Rademaker, in de voorenstaande 188. Printverbeeldinge, beneffens een zeer vermakelyk Gezigte langs de Lek voor oogen gesteld.

  Nidek 3

 

Is het u ook opgevallen dat de schrijver van het bovengeciteerde boek "Thienhoven" schrijft, maar dat de acte uit 1437 de naam van ons dorp schrijft als "Tienhoven"? Overigens, wist u dat het eiland Texel ook een buurtschap "Tienhoven" gekend heeft, zuidwestelijk van De Koog?

Denkend aan sacrale gebouwen

In het Reformatorisch dagblad stond op 11 augustus 2008 een artikel over kerkgebouwen die overbodig worden. (Zie hier) Ik citeer slechts een deel daarvan. Daar lezen we deze woorden:

"De Rooms-Katholieke Kerk voert een geheel eigen beleid ten aanzien van leegstand en herbestemming van kerken en kloosters. De bisdommen streven ernaar zo veel mogelijk kerkgebouwen in de oorspronkelijke functie te behouden. Als dat niet meer lukt, proberen ze de kerk nog een kapelfunctie te geven.

Wanneer een kerk toch haar deuren moet sluiten, is sloop vaak de eerste optie. Voor rooms-katholieken heeft een kerkgebouw een sacrale functie, dus herbestemming is niet wenselijk. Met de opbrengst van de grondverkoop kunnen andere, vooral monumentale kerken weer een tijdje behouden blijven.

De protestantse kerkgebouwen zijn doorgaans eigendom van de desbetreffende kerkelijke gemeente. De Protestantse Kerk in Nederland heeft geen strikt, uitgewerkt beleid voor vrijkomende kerkgebouwen. Over het algemeen proberen gemeenten het gebouw zo snel mogelijk af te stoten. Herbestemming ligt minder gevoelig omdat het gebouw geen sacrale waarde heeft. Overigens presenteerde de Protestantse Kerk in juni de discussienota ”Een protestantse visie op het kerkgebouw - met een praktisch-theologisch oogmerk”. Een van de auteurs, dr. A. van der Lingen, merkte toen op dat een kerk en haar inventaris „meer zijn dan een versierde berg stenen.”

In relatie tot de hier gepresenteerde kapel en op een andere pagina beschreven muurschilderingen, is het dan ook niet écht vreemd dat de kapel nu "historische belangstelling" ontvangt, maar dat het verdwijnen van de kapel, immers al heel lang een 'gewoon woonhuis geworden' geen traumatische gevoelens achtergelaten heeft.

De vragen waren: 

  • Waar stond de kapel.
  • Hoever verwijderd van de kerk
  • Binnendijks of buitendijks?
  • Was de kapel tot het moment van verdwijning ook herkenbaar als een kapel?
  • Kent iemand afbeeldingen van de kapel? Zo ja, waar?
  • Waar werd de 'kapel' voor gebruikt zodra het de functie als kapel verloor?

Dankzij de publicaties van de Historische Vereniging zijn al deze vragen van een antwoord voorzien. En zoals dat tegenwoordig in het populaire taalgebruik gezegd wordt: "Gelukkig hebben we de foto's nog."
De foto's laten zien dat de kapel binnendijks stond, enkele meters oostelijk van de veerstoep.  Wel moet in gedachten gehouden worden dat de dijk in de loop van eeuwen verhoogd en verlegd is. De kerk en kapel stonden ooit buitendijks. De oorspronkelijke dijk uit 1277 lag ten zuiden van de kerk.

Op de foto blijkt het trouwens dat de kapel deel uitmaakt van een boerderij welke haaks op het dijklichaam is gebouwd.
Bij de brand van 1947, waarbij ook de kapel verloren ging, werd door de plaatselijke huisarts Nico Jesse een foto gemaakt vanuit het westen. Ondanks het feit dat ik die foto al enige jaren kende, viel het me nu pas op dat de boerderij waarin de kapel opgenomen was, óók op de foto van Jesse staat.

 

Een uitsnede uit de foto, waarop de brandende boerderij/kapel zichtbaar is:

 

Behalve deze foto ( er moet nog ergens een foto rondzwerven begreep ik) blijkt er ook een schilderij te bestaan, gemaakt in 1945 door Eef van As. Dit schilderij is via allerlei omzwervingen in het bezit gekomen van de familie Van Dieren in Tienhoven. Ik hoop binnenkort de kleurenversie te ontvangen.

Ook "meester de Hoon" schilderde het tafereel op een van zijn vele schildertochten door Ameide en Tienhoven. Maar er knaagt iets bij deze afbeelding.

Kapel geschilderd door De Hoon    
uitsnede kapel
Schilderij P.A. de Hoon, foto André Tukker, op omslag Hist. Ver. Ameide en Tienhoven, Jrg. 16, nr. 1, 2005

Ik vermoed op dit schilderij een 'schilderachtige' vrijheid. De torenspits heeft al de gerestaureerde vorm. Deze restauratie was ná de grote brand waarbij de kapel verloren ging. De huizen voorbij de kerk kloppen ook niet met mijn geheugen. Wat overigens het schilderij niet minder boeiend maakt.

Het ontstaan van dit schilderij

Dankzij de Historische Vereniging Ameide-Tienhoven beschikken we nu zelfs over twee foto's gemaakt van de schilder, de heer P.A. de Hoon, geboren en getogen te Ameide, bezig met het vervaardigen van dit schilderij. Uit mijn album met negatieven blijkt dat ik foto's gemaakt heb op vrijdag 28 mei 1967.

De eerste twee foto's zijn eigendom van de kinderen van Bart de Lange, de uitgbater van het dorpscafé tegenover de Hervormde Kerk.

Foto-01
 
Foto-02

Meester de Hoon

Vrijdag 28 mei 1976, Tienhovense veer

Dit zijn de foto's die ik zelf gemaakt heb.

 

Meester de Hoon

Meester de Hoon

Meester de Hoon

 

Meester de Hoon

 

Meester de Hoon

 

 

Een ansichtkaart met de kapel

Met dank aan Herman een ansichtkaart waarop de kapel nog te zien is.

Kapel van Tienhoven

 

Via de Historische Vereniging Ameide en Tienhoven kreeg ik deze tekst te lezen:

In het notulenboek van de kerkvoogdij van Tienhoven, staat de volgende tekst:

"Vergadering van Kerkvoogden,
De 15 april 1887, des morgens ten half elf uur,
Tegenwoordig al de Kerkvoogden, alsmede de Predikant

De Notulen der laatst voorgaande vergadering worden gelezen, goedgekeurd en geteekend.

  1. Wegens het overlijden van de de kerkbediende de Wed. K. den Boer, wordt met algemeene stemmen tot die betrekking benoemd, Dirk van Middelkoop op eene jaarwedde van acht gulden. (Overgrootvader van Maks, genoemd op de pagina koperblazers?)
  2. Wordt besloten de zoogenaamde kapel voor eene jaren te verhuren aan Willem Noomen voor de huurprijs van dertig gulden per jaar, in te gaan op den eersten Mei achttienhonderd zeven en tachtig. (De grootvader van Willem Nomen, er is een letter zoekgeraakt, fanatieke dahlia-kweker in zijn voortuin aan de Lekdijk, later langdurig koster van de Termeyse kerk?)

Niets meer aan de orde zijnde wordt de vergadering gesloten."

Hiermee is dus duidelijk dat in 1887 de kapel in gebruik was als woonhuis.

 

ds Bongers 1885-1888  

De in de notulen genoemde predikant is Pieter Bongers. Hij kwam als proponent. Hij was de opvolger van ds. Willem van Beuningen, die de gemeente diende van 1854 tot zijn emeritaat in 1882.

Bewust koos de kerkenraad nu voor de rechtzinnige richting. Bongers werd in 1885 bevestigd. Drie jaar later vertrok hij naar Eemnes-Buiten. Hij was o.a. tien jaar lid van de Algemene Synode

 

(bron: Kerkelijk leven in beeld, De Alblasserwaard I, 2003 Den Hertog, Houten)

 

 

 

Ook is te lezen in de Voorlopige Lijst der Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst, Deel III, de Provincie Zuid-Holland, uitgegeven in Utrecht, 1915: "een overblijfsel van een 3/8 gesloten bakstenen kapel uit de XVe eeuw was opgenomen in een huis bij de kerk."

Een 3/8 koorsluiting

Van een bezoeker kreeg ik de vraag wat nu precies een 3/8 sluiting is. Dus heb ik dat zekerheidshalve maar eens nagevraagd bij een deskundig iemand. De cursus "Geschiedenis van de bouwkunst" die ik bij de Leidse Onderwijs Instellingen LOI volgde als hobby, is tenslotte al weer 30 jaar geleden.

 

 

3/8e sluiting
   
5/10e sluiting
© T.K. (Autocadoloog)
   
© T.K. (Autocadoloog)

Om een symmetrisch geheel te bereiken worden de koorsluitingen van kerken gebouwd volgens een meetkundig systeem.

U stelt zich een achthoek voor met gelijke zijden. Zoals op de tekening hiernaast. Alleen het gearceerde gedeelte is hier van belang, de rest vervalt, behalve de twee zijwanden (hier getekend als lijnen naar beneden) van het koor. De kapel had een 3/8 sluiting.

De Tienhovense kerk heeft een zogenoemde 5/10e sluiting. Het gearceerde deel bestaat dan uit 5 gelijke delen. (rechts)

 

 

[1] Panta rhei is een bekende uitspraak van de Grieke filosoof Plato over Heraclitus en betekent alles stroomt of alles is in beweging. Plato bedoelde hiermee te zeggen, dat Heraclitus meent dat alles in deze wereld steeds in verandering is: "Men kan niet tweemaal in dezelfde rivier stappen, want het is steeds weer vers water dat u tegemoet stroomt." Deze laatste uitspraak is van de hand van zijn leerling Cratylus en is in feite een meer radicale opvatting dan deze van Heraclitus. Onder meer Plato ("Niets is ooit, maar alles wordt") en Aristoteles ("Niets is standvastig.") werden door deze uitspraak 'Panta rhei' geïnspireerd.

 

Naar boven