Menubalk
 

update: 15 November, 2011

Terug naar Techniek

Technische uitleg aan de hand van instrumenten

1. De Trayser van de webmaster

2. Een zeer grote Bauer

3. Een neobarok harmonium

4. Een bijzonder Mannborg harmonium met zuigwind en drukwind en orgelpijpen

TAXONOMIE

Inleiding Taxonomie

Taxonomie Praetorius

Taxonomie tabel

 

 

Registernamen

Klavier & Octaafnamen

 

 

 

 

 

 

Click here for this page in English

Het klavier van toetsinstrumenten

Het harmonium deelt het klavier qua indeling met alle andere klavierinstrumenten.  Een klavier aangeduid als "piano klavier". In historisch opzicht niet de meest logische keuze. Het klavier is veel ouder dan de piano. Toch refereren we vaak aan de piano, in verband met de toonhoogte. Immers, op een orgel kun je op één dezelfde toets tonen laten klinken in diverse octaafhoogten, een eigenschap die de piano niet bezit. De toets van een piano kan slechts één gedefinieerde toon laten klinken. Teruggekoppeld naar het orgel/harmonium spreken we dan over een 8-voet toon.

In een wereld die meer en meer een global village aan het worden is, blijft het gebruik van uniforme “maten” ver achter. Vraag een willekeurige pianist of organist om aan te geven met welke toets je begint als je “Vader Jacob in C groot” met één vinger wil spelen. Het antwoord is dan eenduidig. In het antwoord ligt de toets en het octaaf besloten.  Het antwoord is c1. Vraag hetzelfde aan vijf Angelsaksische spelers en grote kans dat u vijf verschillende antwoorden krijgt. Ondanks het feit dat ze allemaal met dezelfde toets beginnen.

Eén octaaf

Dat de Angelsaksische antwoorden anders zijn, komt voort uit het feit dat tegenover het Europese éénduidige systeem, de Angelsaksische wereld meerdere systemen naast elkaar gebruikt. Systemen die onderling niet uitwisselbaar zijn. Soms zien we zelfs een vermenging van systemen.

't Is natuurlijk pure dromerij om te verwachten dat er een systeem zou worden gehanteerd dat wereldwijd geaccepteerd wordt.

Vandaar op deze pagina met behulp van afbeeldingen een vergelijking van diverse  systemen. Met waar nodig uiteraard de nodige uitleg.

Uitleg klavieren

 

De bovenstaande afbeelding toont een pianoklavier van 88 toetsen met een toonomvang van 7 1/3 octaaf.
Klavieren van orgels en harmoniums zijn altijd kleiner qua toonhoogte bereik. Historische orgels hebben vaak een klavier van 4 octaven, moderne orgels hebben een klavier van 4,5 octaaf. (C-f3) Elektronische orgels en Amerikaanse moderne pijporgels 5 octaven (C-c4).

Bij harmoniums kennen we twee soorten vijfoctaaf klavieren. Bij zuigwind van FF - f3, bij drukwind van C-c4.

In het Europese systeem krijgen de tonen namen waarin zowel de noot als het octaaf gegeven zijn. Zo ook in de bladmuziek: feitelijk staat op papier welke toets de speler dient in te drukken. Slechts door aanvullende informatie in de partituur geeft de componist aan welke “klinkende toonhoogte” de componist bedoelt. Een aanduiding “Hw 16’” in de partituur verandert niet de in te drukken toets, maar wel de klinkende toonhoogte.

Omdat de naamgeving nogal verschillende is over de globe, onderstaand een vergelijkend overzicht om zaken helder te stellen.

Een piano met 88 toetsen begint bij Subcontra A (dus slechts 3 tonen in het nul-octaaf A, A# en B). Het klavier eindigt met de c vijfgestreept / C8. Dit klavier en de bijbehorende octaafnamen nemen we als uitgangspunt voor het overzicht.

De lijst begint met het laagste octaaf. De tonen in het betreffende octaaf benoemen we dan met de laagste toon "c" en de hoogste toon "c". Die hoogste toon "c" is dan meteen ook de laagste "c" van het opvolgende hogere octaaf.

Octaafnamen bij toetsinstrumenten bij 8' toon

Octaaf   Piano  
Orgel & Harmonium
        Europees systeem       Anglosaxon I   Anglosaxon II   American   Deutsch &
Français
                (Sumner)   (Norman)   Fisk
Organ
Builders
   
       

basis: de betreffende toets
(key name)

 
basis: klinkende toonhoogte
(sounding note/pitch)
       
tonen
 
octaafnaam
 
toonhoogte
 
toets
 
toets
   
0   A0 - C1   *   Subcontra   (CCCCC 32')           Subkontra-Oktave
1   C1-C2   C-1 - C Contra   (CCCC 16')           Kontra-Oktave
2   C2-C3   C-c Groot   CCC   CC   CC   Große Oktave
3   C3-C4   c-c' Klein   CC/Tenor C   C (Tenor C)   c0   Kleine Oktave
4   C4-C5   c'- c'' 1 gestreept   C / Middle C   c1 (Middle C)   c1   Eingestrichene Oktave
5   C5-C6   c'' - c''' 2 gestreept   -   c2 (Treble C)   c2   Zweigestrichene Oktave
6   C6-C7   c''' - c'''' 3 gestreept   -   c3 (High C)   c3   Dreigestrichene Oktave
7   C7-C8   c'''' - c''''' 4 gestreept   -   c4 (Top C)   c4   Viergestrichene Oktave
8   C8   c'''''   5 gestreept               Fünfgestrichene Oktave

* = Hier afgebeeld als een plaatje, subscript in de tekst lukt niet in Dreamweaver.

De in geel afgedrukte aanduidingen refereren aan het Europese systeem voor het aanduiden & benoemen van de toetsen op het (orgel)klavier.

Dean Eckmann, voormalig medewerker van Fisk Orgelbouw vertelde mij dat ze bij Fisk het systeem gebruiken zoals weergegeven in de laatste kolom.
Als er een orgel onder handen werd genomen in een groot kerkgebouw met een fikse nagalm, dan gebruikten ze "Fisk-speak" om aan te geven welke pijp moest klinken. Dan schreeuwde het door de kerk: "Play me a Charlie 2 of the 16' foot", wat dan betekent: speel c2 met de 16 voet. En ook: "Play Double George of the 32', wat dan betekent: speel G-groot met de 32'.

 

"The Organ. Its evolution, principles of construction and use"

William Leslie Sumner
Macdonald, 1962 (3e druk)
544 pag. hardback, out of print .

  Sumner

(Dr) William Leslie Sumner was een orgelliefhebber, natuurkunde leraar en later lector aan de Universiteit van Nottingham (naar ik meen). Zijn boek uitgegeven bij MacDonald & Co is meerdere malen herdrukt. (informatie van Dr. Brian Styles)

 

Boek Norman  

The organ today

door
Herbert Norman & H. John Norman
Uitgever: London, Barrie & Rockliff, 1966.
xi + 212 p. illus., 16 tekenngen, tabellen, diagrammen. 23 cm

The Oxford Companion to Music

door Percy Alfred Scholes
10e druk, bewerkt door John Owen Ward

Uitgever Oxford University Press, 1970
ISBN 0193113066, 9780193113060
1250 pages

Oxford Companion to Music 10th edition
 

J.J. Seidel, 1852

The Organ and its Construction

Op zijn website over harmoniums in Engeland geeft dr. Robert Allan een verantwoording voor de door hem gemaakte keuze voor een systeem van toetsindicatie.

Robert Allen gebruikt op zijn website een systeem dat gelijk is aan Norman en Fisk.

"In deze studie gebruiken wij voor toonhoogte aanduiding bewust niet het systeem van Percy Scholes zoals beschreven in zijn boek Oxford Companion to Music [92] . Scholes stelt dat de klassieke engelse notatie voor toonhoogte bij orgels als volgt luidt: CC=8' (laagste toets klavier, fvdg); C=4'; c=2'; c'=1', enzovoort. Dit systeem van Scholes is gelijk aan wat moderne Engelse orgelbouwers gebruiken, maar verschilt enigermate met de Amerikaanse methode.

Dit is de reden dat wij er voor kiezen dat de laagste toets van een modern 5 octaafsklavier met 8' toon aangeduid wordt als CC. De centrale c heet dan c en de hoogste c heet c3 of c'''.
Er kan over gediscussieerd worden dat sommige werken (vooral het pedaal) in het orgel niet gebaseerd zijn op 8' maar op 16' toonhoogte. Maar wij zullen ook de laagste toets van het pedaal aanduiden als CC, omdat deze toets de laagste C van het klavier trekt bij gekoppeld spel.
[92] Percy A. Scholes Oxford Companion to Music Tenth Edition (OUP, 1970) SBN 19 311306 6

Link naar Robert's uitleg

Tony Newnham maakte mij ook nog attent op een systeem in gebruik bij sommige Engelse orgelbouwers. De laagste C op het klavier heet C1. De volgende C (onze c) heet dan C13. Enzovoort. Dit lijkt mij een systeem dat geheel uitgaat van een technische blik op de materie, en daarbij het spelen op het orgel geheel buiten beschouwing laat.

 

Dank aan Dean Eckmann, Tony Newnham en Robert Allan voor hun bijdragen aan deze pagina.

De ontwikkeling van de klavier omvang bij pianos

Uit het boek 'Faszination Klavier', 300 Jahre Pianofortebau in Deutschland ontleen ik een diagram over de ontwikkeling van de klavieromvang bij pianos.

Klavier omvang bij piano

(Graf = Conrad Graf 1782-1851, Weense/Zuidduitse school)

De toonhoogte van een 8 voet orgelpijp

De gewone hoogte van een toon wordt meestal aangeduid als "acht voet". De piano klinkt ook op die hoogte. Omdat niet voor iedereen helder is wat deze 'voeten' betekenen in orgelpijpen, onderstaand een diagram met de lengte van orgelpijpen.

De gewone hoogte is dus 8 voet, een octaaf lager is 16 voet. Een octaaf hoger is 4 voet. In alle gevallen gaat het dan over pijpen die aan de bovenkant OPEN zijn. Als de bovenkant van de pijp dichtgemaakt wordt (of in sommige gevallen bijna dicht) dan gaat de pijp een octaaf lager klinken. Wat dus ook betekent dat je materiaal uit kunt sparen als je een dichte pijp maakt, dan heb je maar de helft van de lengte nodig van een open pijp en hoor je toch dezelfde toonhoogte. Basisregel is dus dat elk octaaf hoger of lager een halvering of verdubbeling van de lengte oplevert. Daarnaast hebben we de quinten en tertsen. Quinten hebben een lengte met (ongeveer) halve octaven. Om precieser te zijn: Met derden van octaven. En dan zijn er ook nog tertsen waar de maten werken met vijfde delen van octaven. In het diagram zijn de meer exotische pijplengten als nonen ( 9/12e) en septimes ( 7/12e) niet opgenomen.

Hier een afbeelding van het diagram:

Pipelenghts in organs

De blauwe balk is de lengte in voeten, in rood de lengten uitgedrukt in meters.

Voor betere leesbaarheid kunt u een beeldvullend Acrobat openen.

 

 Hier een andere weergave ontleend aan L'Orgue Expressif van Mustel:

And also an Acrobat of this image.

Naar boven