Menubalk

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

update: 14-07-2009

Terug naar home

 

Prof. dr. Christian Ahrens

Piet Bron

Dr. Michel Dieterlen

Robert Fritz Gellerman

Louis Huivenaar

 

 

 

 

 

 

 

 

Huivenaar, Louis

 

Techniek, historie. Techniek, historie. Techniek, historie.
Een wandelende encylopedie. Een windafdichting van historische samenstelling? "Nou, kijk, dat zit zó..." Een uitgebreide uitleg, tot in de kleinste details. "Ventielen worden gemaakt van ..." (volgt een latijnse benaming van hout), "want.... " (volgt uitgebreide uitleg van het waarom). En als je dan navraagt wat ook al weer Pinus Palustris is (ook al een houtsoort), dan volgt meteen een antwoord: "een bijzondere pine soort welke  uitstekend geschikt bleek te zijn voor tongenblokken van zuigwind harmoniums. Dat waren zeer grote en dikke bomen, welke al vele decennia’s niet meer mogen worden gekapt in Amerika.

De bijnaam is Weymouth geworden, want: In de 18e eeuw nam  ene Weymouth enige boompjes mee naar Engeland waar ze nu ook staan in bossen, , maar met een meer groffere structuur. Niet geschikt voor restauratiewerk. Maar wel zeer duur hout.

 

En die windafdichting? Het Trayser harmonium van de HVN (zie hienaast) moest maar eens opgeknapt worden. "Dan komen jullie toch..." En jawel, met eigen handen leren hoe je die windafdichting maakt. Wol van bijzondere geiten uit een verlaten oord ergens in Griekenland..... Leer van een exclusieve herkomst.... Verf/kleurtechnieken uit de oude school... En daar ga ja. De naald in de hand, garen van een kwaliteit die zélfs niet verkocht wordt in de betere handwerkzaken.

En maar zweten, 4 uur werken aan één meter.... "Mijn vrouw doet ruim 'n meter per uur..." Om de pijn aan mijn vingers er nog maar eens goed in te wrijven.... en dan tóch een compliment dat het resultaat er redelijk uitziet.


Piet, Klaas en ik beheersen de kruissteek nu ook.

Trayser foto Klaas van Boggelen
 

Wie wil leren hoe het moet, komt dus bij Louis terecht. Wie een restauratie wil van de allerhoogste kwaliteit, idem. De man met het overvolle brein en met de papieren accreditaties... Erkend restaurateur, beëdigd taxateur. Ze kennen hem wereldwijd.
Van Japan tot in de USA.
Van Finland tot op het zuidelijk halfrond.

 

 
Restauratie Trayser foto Klaas van Boggelen
   
 
 

Het voelt goed om iemand van deze statuur even te kunnen bellen. En vraagje... hoe zit dat. En jawel, wat het Oranje-team niet lukt tijdens een E.K. of W.K. tournooi, lukt Louis wel. Resultaat boeken. Als hij uitgepraat is, ben je weer enorm veel wijzer geworden.

Hij heeft de grootste harmoniums ter wereld onder handen gehad. En tegelijkertijd ook: het ultieme genot over een 1 spel 4 octaafs instrumentje.... De ware liefhebber. Een deskundige pur sang. Onthou zijn naam. Beter nog: zet het in uw "opschrijfboekje".

En uiteraard werpt u een blik op zijn eigen website die te vinden is in de lijst met links. Maar u mag ook gewoon klikken op website.

Restauratie Trayser foto Klaas van Boggelen
   
 
Restauratie Trayser foto Klaas van Boggelen
 
 

Overigens is het uiteraard leuk te weten dat het paarse ding dat we mochten maken, ook nog een echte naam heeft.

 

WAD

Niet ten noorden van Pieterburen, maar een engels woord.

En het is maar één keer leuk om Louis te bellen met de vraag "heb je wat wad voor mij?"

(Hij zal volmondig 'ja' antwoorden door de telefoon).

Restauratie Trayser foto Klaas van Boggelen
   

 

Kerkorgel in huis

© Reformatorisch Dagblad
21-02-2006 | Jacob Siebelink

Een stapel harmoniumonderdelen

Een stapel gedemonteerde harmoniums. Huivenaar is dagelijks in zijn werkplaats te vinden (inzet). Foto’s RD, © Anton Dommerholt

Dit artikel is met toestemming van het Reformatorisch Dagblad overgenomen. Verspreiden of vermenigvuldigen is niet toegestaan, anders dan na toestemming van het Reformatorisch Dagblad.

"Ongeëvenaarde negentiende-eeuwse techniek." Niet iedereen denkt bij zo’n uitspraak direct aan een harmonium. Maar achter het houten omhulsel blijkt veel meer schuil te gaan dan de overbekende donkerbruine klank.

Het is even zoeken naar een van de weinige harmoniumrestaurateurs ter wereld, maar een bordje aan de kant van de weg in Dieren wijst geïnteresseerden naar een klein deurtje aan de achterkant van een grote fabriekshal. Binnen klinkt een schel toontje -nogal vals- vanachter een wit gordijn dat de warmte vast moet houden. De weg naar het geluid leidt langs tientallen harmoniums van allerlei pluimage. Restaurateur Louis Huivenaar kijkt even op als het witte doek opzij gaat. De juiste toon heeft hij inmiddels gevonden. Hij klinkt wat zangerig. „Ik heb hem traag zwevend gestemd, dat vind ik het mooist”, zegt hij direct na de eerste handdruk.

Het instrument heeft de achterliggende maand een ingrijpende restauratie ondergaan en is volgens Huivenaar van het type ”opa-en-omaharmonium”. „Zo herinneren heel veel mensen nu eenmaal het harmonium. Toch is het instrument daar oorspronkelijk niet voor bedoeld. Het is gebouwd voor de salon, voor de gegoede burgerij. De muziek die erop gespeeld werd, was ook heel anders dan psalmen en gezangen. Veel expressiever.”

Het harmonium is daarvoor het instrument bij uitstek. Huivenaar laat de muziek zwellen, trillen, daveren, zweven. „Ik regel de luchttoevoer nu direct met mijn voeten. Ik produceer lucht met de twee schepbalgen en die lucht stuur ik direct het instrument in. Dit is een kunst die weinig mensen beheersen. De magazijnbalg, waarin je een hoop lucht kunt opslaan zodat je ook een poosje zonder trappen kunt spelen, is nu uitgeschakeld.”

In een wat uitgebreider instrument, het kunstharmonium, huist naast het gebruikelijke binnenwerk ook een xylofoon-achtig instrument, de Celesta. „Dat is een uitvinding van een beroemde harmoniumbouwer, Victor Mustel”, aldus Huivenaar. „Zo’n instrument kan wel 50.000 euro kosten.”

Klankkamer

Afhankelijk van het type harmonium drukken of zuigen de windbalgen de lucht door het instrument. „Een opa-en-omaharmonium is bijna altijd een zuigwindinstrument. Dat klinkt ronder en voller dan een drukwind, zonder scherp te worden. Een drukwindharmonium klinkt snel doordringend, zoals een accordeon.”

Zodra een toets wordt aangeslagen, stroomt de lucht langs een tong van messing, die aan één kant bevestigd is in een messing frame. „Het principe van deze zogenaamde doorslaande tong is in 1806 uitgevonden door een Hollander [1], maar de Fransman Debain maakte er in 1840 voor het eerst een bruikbaar harmonium van”, aldus Huivenaar. De lucht duwt of trekt de tip van de tong door een opening in het frame. De tong veert vervolgens terug en er ontstaat een snel trillende beweging, een toon.

Achter elke tong zit een klankkamer die de toon versterkt. Hoewel deze afgestemd moet zijn op de toonhoogte van de tong, hangt de grootte van de klankkamer bij veel harmoniums ook af van de beschikbare ruimte in de kast. „Dat is bij de Vocalion of de Aeolian Orchestrelle anders”, zegt Huivenaar, terwijl hij naar het betreffende harmonium loopt. „Deze heeft achter elke tong een klankbeker die zó groot is dat de toon maximaal kan resoneren.”

Het imposante instrument van de Amerikaanse bouwer Aeolian diende vroeger ook als ’cd-speler’. „Alleen veel mooier, veel geavanceerder”, zegt Huivenaar, terwijl hij een papieren rol het instrument inschuift. Het harmonium, dat ook machinaal van lucht kan worden voorzien, begint te spelen. „Ik ben nu even geen organist, maar registrant. Kijk, hier moet de muziek zacht, daar hard. Dat kan ik regelen met de kleppen hierboven, de zogenaamde swell.” Zodra Huivenaar de lamellen opent, vult het harmoniumgeluid de hal. „Dit instrument kan qua volume concurreren met een groot pijporgel.”

De klankkleur regelt de restaurateur met de registers. „Elk register heeft een nummer dat bij alle harmoniums hetzelfde betekent. Nummer één is bijvoorbeeld altijd een achtvoeter.” De totaal verschillende klanken die Huivenaar uit het harmonium weet te halen, zijn het gevolg van uiterst kleine verschillen in de vorm van de tong. „Een rechte tong levert een scherpe toon. Maar maak je in het uiteinde een kleine bolling, dan klinkt de toon veel voller en donkerder. Een smalle tong klinkt nasaal, terwijl een brede tong een wat logge klank heeft.”

Achter elk register zit zo minimaal één rij tongen: voor de lage tonen een lange, brede tong en voor de hoge tonen een kleine. „De langste tong die ik ooit gezien heb is 22 centimeter lang”, zegt Huivenaar. „En de breedste 4,5 centimeter.”

Een enkele tong klinkt volgens hem vaak heel strak. „Daarom zit er achter sommige registers een dubbele rij tongen. Dan kun je een toon laten zweven, doordat je een van die tongen iets vals stemt. Hoe ik een tong stem? Krabben en veilen. En als de toon eenmaal goed is, ontstemt hij nauwelijks meer.”

Elektronisch orgel

Het harmonium rolt niet meer nieuw van de band, de kleine tafelharmoniums uit India daargelaten. Toch schrijven componisten nog steeds muziek speciaal voor het antieke instrument. Huivenaar zet de ene cd na de andere op met componisten als Guilmant, Rossini, Widor en Cor Kee. „Moet je horen hoe mooi zwevend die gestemd is. En zo’n diepte in de toon hè. Je hele buik trilt mee. Dat krijg je met een elektronisch orgel nooit voor elkaar. Dat kraakt maar een beetje.”

Volgende schijfje. „Luister, zo klinkt het in veel protestantse gezinnen.” Uit de speakers in de werkplaats klinkt een vrouwenstem, begeleid door een harmonium. Psalm 42: „’t Hijgend hert der jacht ontkomen.” „Dit heeft miljoenen mensen genoegen gegeven. Een kerkorgel in huis. En moet je dan spottend spreken van een bastaardinstrument, van een hijgbak, van een psalmenpomp? Nee dus.”

 

[1] Deze zinsnede is afkomstig uit de pen van de RD-schrijver. Desgevraagd naar zijn bron, kon hij zich dat niet herinneren. Hij meent dat hij wellicht wat verkeerd begrepen heeft. (Dat klopt, fvdg).

 

Terug naar Mijn Leermeesters