Menubalk Tienhoven
 

Laatst bijgewerkt: 28 October, 2009

Terug naar Techniek

Technische uitleg aan de hand van instrumenten

1. De Trayser van de webmaster

2. Een zeer grote Bauer

3. Een neobarok harmonium

4. Een bijzonder Mannborg harmonium met zuigwind en drukwind en orgelpijpen

TAXONOMIE

Inleiding Taxonomie

Taxonomie Praetorius

Taxonomie tabel

 

 

Click to see the English edition of this page.

Mannborg op Wereld Tentoonstelling in Parijs 1900

Inleiding

Deze tekst is een vertaling van de originele Duitse tekst in een catalogus van Mannborg. Deze catalogus is niet gedateerd, maar stamt uit de jaren 1908-1910.  In de catalogus geeft de fa. Mannborg een beschrijving van het zeer bijzondere instrument dat geëxposeerd werd op de Wereld Tentoonstelling in Parijs in het jaar 1900.

De tekst van de firma over dit instrument werd vertaald in het Engels door dr. J.W. Poynter, [1] en gepubliceerd in ROS Bulletin 1985-1.

In historisch opzicht is het opvallend dat dit instrument later niet meer genoemd wordt in catalogi van de firma, maar  – en dat is opvallend – ook niet genoemd wordt in de jubileum bundel van 1929. Het instrument wordt wél genoemd in publicaties van Alfred Brener [2] Oskar Bie [3].
Voor wat betreft de geschiedenis van het instrument na 1900 tasten we volledig in het duister. Als het nog bestaat, dan is dat een goed bewaard geheim gebleven.

De lezer dient zich goed te realiseren dat de tekst geen objectieve beschouwing is, maar een commercieel getinte aanprijzing van de firma Mannborg. Kortom, ’t is reclame.  

 

Mannborg 3mp Wereldtentoonsstelling

       

De promotietekst van de firma Mannborg

Dit bijzondere instrument is in veel opzichten enig in zijn soort. In dit instrument zijn alle problemen die je tegen kunt komen bij de bouw van een zo gecompliceerd instrument, op een briljante manier opgelost.
Het is al eerder gedaan: het combineren van drukwindtongen en orgelpijpen gecombineerd in één instrument.  Ook is al eerder geprobeerd om drukwind en zuigwind in één harmonium samen te brengen. Echter tot op heden nog niet met een bevredigend resultaat.

Dit instrument echter heeft alle drie: drukwind, zuigwind en orgelpijpen in een instrument. Ondanks de vele obstakels, is het gelukt om de windvoorziening geschikt te maken voor het gestelde doel.  Aan de hand van de afbeelding kan de lezer vele aspecten van dit gecompliceerde project waarnemen.

De lucht, nodig voor klankopwekking, wordt in dit instrument tweemaal gebruikt door middel van nieuw ontwikkelde balgsystemen. De buitenlucht die naar binnen gezogen wordt door het zuigwind systeem op het tweede manuaal, wordt samengeperst in de balgen om druk te genereren voor het eerste manuaal.

De zeer complexe en weldoordachte  windvoorziening bestaat uit negen schepbalgen en vijf magazijnbalgen, die tezamen 6 windkanalen naar de windlades voorzien van wind. De windvoorziening kan in beweging gebracht worden met twee pedalen.  Naast het system van windvoorziening zijn ook nog 38 kleine pneumatische balgjes aangebracht voor de bediening van de register tractuur.

Windtreden

Het bijzondere van deze ingewikkelde windvoorziening ligt ook in het feit dat het geheel in een verhoudingsgewijs kleine ruimte geplaatst zijn, zonder echter de tonale aspecten van het instrument te benadelen. Ondanks deze bouwwijze zijn alle tongen goed te bereiken. Het leid geen twijfel dat de complexiteit van het ontwerp door elke deskundige gewaardeerd zal worden.  

De complexiteit van de constructie speelt geen rol meer, als de bespeler elk manuaal  of divisie als een zelfstandig geheel beschouwt. Juist door de toepassing van de drie onderscheiden systemen, is een rijkdom aan klankdifferentiatie bereikt. Met slechts één van de drie toegepaste systemen zou zo een rijkdom niet verwezenlijkt kunnen worden.

Met behulp van de voettreden staan de bespeler de volgende mogelijkheden ter beschikking:

  1. Mechanische windvoorziening middels windmachine voor alle manualen en pedaal.
  2. Zelf treden van de wind voor manuaal 1, naar wens met Expression, met tegelijkertijd mechanische windvoorziening voor de manualen 2, 3 en pedaal.
  3. Treden van de wind voor manuaal 2, met tegelijkertijd mechanische windvoorziening voor manualen 1,3 en pedaal.
  4. Treden van de wind voor manuaal 1 & 2, met mechanische windvoorziening voor manuaal 3 en pedaal.

Windmotor met handbediening

 

Een bijna onuitputtelijke variatie aan klankkleuren kan samengesteld worden met behulp van de vele koppels. Op deze manier levert het instrument een bijzonder aangenaam “Volle werk”, met een majesteitelijke sonoriteit, waarbij het pedaal het zorgvuldig afgewogen (klank)fundament levert.

De afbeelding laat de kostbare ornamentiek aan de kas zien, het geheel maakt een schitterende indruk, en is bovendien een waardige behuizing voor het waardevolle mechaniek. 

 

De dispositie:

21 rijen tongen/pijpen voor 3 manualen en pedaal. Manuaalomvang 5 octaven C-c4, pedaal omvang 30-toons,  C-f1.

Manuaal I (Drukwind): 5 spel doorlopend 5 octaven:
Melodia 8', Oboe 8’, Bourdon 16’, Piccolo 4’, Flute 8’

Manuaal II (Zuigwind) 8 spel doorlopend 5 octaven:
Diapason 8’, Flute d’amour 8’, English Horn 8’, Clarinette 16 ', Viola dolce 4’, Waldflöte 2’, Cornet-Echo 8’, Aeolian Harp 8’

Manuaal III (Pijpen) 3 registers doorlopend 5 octaven:
Gedackt 8’ (hout), Salicional 8’, Principal 4’ (orgelmetaal)

Pedaal (zuigwind) 5 spel, 2,5 octaaf 30 tonen.
Sub bass 16’, Posaunne 16', Trumpet 8’, Octave 4’, Bombardon 32’

Totaal: 943 tongen, 183 pijpen. 
Voetmaten in het gehele orgel:
1 x 32’ (5%), 4 x 16’ (19%), 11 x 8’ (52%), 4 x 4’ (19%), 1 x 2’ (5%)

Speelhulpen:

Prolongement manuaal I, Oktaafkoppel,  3 manuaal koppels, 3 pedaal koppels.
10 Voettreden, waarvan 4 keuze windvoorziening en 6 pneumatische vaste combinaties.
Windmotor voor windvoorziening, voorzien van een handbediening in de vorm van een draaiwiel met slinger.  De kracht van de mechanische windvoorziening kan door de bespeler geregeld worden vanaf de speeltafel.
­
De kas van het instrument is een kunstwerk op zichzelf, en het zal elke kunst- en muziekkenner verlokken om kennis te maken met dit unieke instrument.

voetnoten

Bij publicatie in het kwartaalblad van de Reed Organ Society (ROS Quarterly) (1984) is de tekst van Mannborg voorzien van een drietal voetnoten, welke hier overgenomen zijn. 

[1] J.W. Poynter is lid van zowel de ROS (Reed Organ Society) als van de ROPSA. (Reed Organ Preservation Society of Australasia).  Hij is lector Geografie aan het South Australian State College. Zijn verzameling harmoniums bestaat (1984) uit 11 instrumenten.
[2] in:  The New Groves Dictionary of Music and Musicians, Vol. 8, p. 174, en eveneens in: Die Musik in Geschichte und Gegenwart (MGG) 1956 edition, Vol. 5, p. 1707-1708.
[3] in: "Klavier, Orgel Und Harmonium, Das Wesen Der Tasteninstrumente." pp. 97ff //The characteristics of the keyboard instruments: piano, organ and harmonium Leipzig: B. G. Teubner, 1910 - 1921.

 

De tekst van Oscar Bie zoals gedrukt in de originele uitgave.

Oskar Bie

 

Commentaar in "Das Harmonium" augustus 1901

Mannborg (Leipzig) heeft een groot orgel-harmonium met drie manualen gepresenteerd, waarvan 1 manuaal op zuigwind, het tweede manuaal op drukwind en het derde manuaal met orgelpijpen. Dit instrument heeft 21 doorlopende stemmen, 46 registers, waarvan 35 voor de manualen en 11 voor het pedaal. De combinatie van deze drie systemen bleek zeer zinvol, het muzikale effect bij tutti voldeed echter niet aan onze verwachtingen.

 

Terug naar boven